De wetenschappelijke reden waarom élke man (stiekem) houdt van naar sport kijken
Amsterdam, psychologie, fashion, beauty, travel, nieuws
17435
post-template-default,single,single-post,postid-17435,single-format-standard,ajax_fade,page_not_loaded,,qode-title-hidden,footer_responsive_adv,qode-content-sidebar-responsive,transparent_content,qode-theme-ver-16.4,qode-theme-bridge,disabled_footer_top,wpb-js-composer js-comp-ver-5.4.7,vc_responsive

De wetenschappelijke reden waarom élke man (stiekem) houdt van naar sport kijken

Vanavond staat Amsterdam volledig op zijn kop: de kwartfinale van de Champions League vindt plaats in de ArenA. Zegt dit je niets? Heb je geen flauw idee wat er speelt?

Geen zorgen; je verkering is waarschijnlijk wél op de hoogte. Sterker nog: de kans is groot dat hij wél voor het scherm zit om die wedstrijd tegen Juventus te kijken.

Hoe komt het toch dat vrijwel elke man van sport houdt? Niet zozeer om het zelf te doen, maar wel om te kijken? Is het geen voetbal dan wel tennis, hockey of schaatsen. Er is een wetenschappelijke verklaring voor. Gelukkig. Of eigenlijk is het heel simpel. In vrijwel elk land beoefenen meer mannen een sport dan vrouwen en dat is met name omdat mannen gemiddeld nog altijd meer tijd hebben voor een hobby dan vrouwen. Vrouwen zorgen immers voor de kinderen en het huishouden en besteden hun vrije tijd liever aan sociale contacten – of nou ja, dat is nog altijd een gemiddelde gang van zaken.

Voor mannen is het ook een gevoel van saamhorigheid dat ‘t ‘m doet. Je hoort bij een club, een groep, een fanbase. Je bent Ajacied in hart en nieren: en met jou nog duizenden. Dat schept een band. Het is iets om over te ouwehoeren met je vrienden. Biertje en bitterbal erbij en het is een gezellig uitje voor de man des huizes. Die de luiers even lekker achter zich laat. Tja, supporter zijn is zo slecht nog niet.

Bron: Time